Sterre (16) wordt al sinds de basisschool gepest. Ze heeft al heel veel dingen geprobeerd, maar het houdt niet op.

Nieuwe klas

‘In de kleuterklas had ik veel vriendinnetjes. Ik speelde gewoon met iedereen en ik maakte altijd plezier. In groep drie gingen we verhuizen en moest ik naar een nieuwe school. Ik vond het helemaal niet erg en had wel zin in een nieuw avontuur, totdat ik de klas binnenkwam. Ik keek de klas rond, zag al die nieuwe gezichten en kreeg een heel naar gevoel. De kinderen in mijn nieuwe klas waren niet zo aardig als mijn vriendjes en vriendinnetjes die ik achtergelaten had op m’n oude school. Er waren al vriendschappen gemaakt en ik kwam er niet zo makkelijk tussen. Daarbij voelde ik me anders dan de kinderen in mijn klas.’

‘Van een blij meisje, werd ik stil en zenuwachtig. Ik werd niet heel erg gepest, maar ik hoorde er ook niet helemaal bij. Iedereen in mijn klas was wel eens aan de beurt, het was geen fijne omgeving. De lerares heeft zelfs een keer gezegd dat mijn klas de vervelendste klas was die ze ooit heeft gehad. Mijn zelfvertrouwen was ver te zoeken en ik voelde mij nooit op m’n gemak. Ik hoopte dat ik een nieuwe start kon maken op de middelbare school, maar dat bleek een illusie te zijn.’

Een nieuw begin

In de eerste weken op mijn nieuwe school was ik heel erg blij. Ik had een groepje meiden waar ik mee omging, maar later merkte ik dat er iets was. Ze spraken niet meer tegen mij en gingen niet meer naast me zitten. Hoe en waarom weet ik nog steeds niet. Op een dag zag ik ze smoezen met elkaar voor de gymzaaldeuren. Die gymles was één van de naarste ooit, ik voelde gewoon dat ik niet gewenst was. Ik had gelijk: tijdens het omkleden vertelde die meiden dat ik niet zo achter hun kont aan moest lopen. Iedereen stond erbij en ik schaamde mij kapot, ik kon wel janken. Het liefste wilde ik zo snel als ik kon naar huis, maar school was nog niet voorbij en ik kon niet weg.’

Gepest

‘Daarna begon het pesten. In het begin mocht ik nog wel eens naast iemand zitten, maar vriendschappen sluiten was lastig. Ik deed m’n best om aardig gevonden te worden en ik voelde mij heel onzeker. Mensen vonden mij waarschijnlijk raar, omdat ik niet wist hoe ik me moest gedragen. Ik wilde niet hetzelfde meemaken wat er in de kleedkamer gebeurd was. Het voelde alsof ik in een natuurfilm zat en de zwakke baby antiloop was die omringt was door hongerige leeuwinnen. Totaal machteloos. Al gauw begonnen mensen opmerkingen naar mij te maken, mij uit te lachen en wilde niemand meer naast me zitten. Ik was totaal alleen.’

Ziek van pesten

Ik durfde niet meer naar school en wilde thuis blijven. Mijn moeder snapte niet wat er aan de hand was met mij. Na de derde keer thuiskomen van school in drie weken, begon m’n moeder het te snappen. Ze wilde praten met school, maar school kon er weinig aan doen behalve praten met de pesters. Deze ontkende het natuurlijk. Ik ging in therapie, want ik moest weerbaarder worden. Dit hielp weinig. Ik moest me voorstellen dat ik een boom was en ik snapte niet hoe dat moest helpen. Om eerlijk te zijn, was ik het er ook niet mee-eens dat ik in therapie moest. Ik deed toch niets? De pesters vonden het blijkbaar nodig om lelijk te doen, zij moest in therapie. Ik werd steeds bozer en bozer, wat mij een ongelofelijke kracht gaf om door te gaan.’

Doorzetten

‘Doordat ik de hele tijd alleen maar bezig was geweest met mijn gedrag en het ontwijken van mijn pesters, waren mijn cijfers erg slecht geworden. Ik stond negen onvoldoendes, maar ik wilde blijven dus ik begon als een gek te leren. Dat hielp. Ik maakte ‘vriendinnen’, maar deze kan je niet als echte vriendinnen beschouwen, ook zij laten me namelijk ook heel vaak zitten. Dat deed eerst pijn, maar ik zette mijzelf eroverheen. Ik ben bijna klaar en dan kan ik alles en iedereen achter mij laten. Wat anderen mensen van mij denken doet mij steeds minder. Waarom zou ik me zorgen maken over de mening van mensen die mij toch niet aardig vinden?’

‘Ik moet toegeven dat ik weinig voel voor andere mensen, behalve mijn familie. Voor mijzelf heb ik besloten dat ik zou slagen in het leven en daar heb ik anderen niet voor nodig. Je moet je geluk niet laten afhangen of anderen je wel of niet leuk vinden. Je moet iets doen wat je leuk vindt en daar gelukkig van worden. Wil ik een overall aan? Dan doe ik dat. Wil ik lak rokje dragen? Mijn keuze. Het maakt niet uit wat je wel of niet draagt, wat mensen vinden er toch wel iets van. Dan kun je beter iets dragen of doen wat je leuk vindt.  Soms schrik ik van hoe hard ik ben geworden, maar ik weet zeker dat dit mij zal helpen. De enige die mij gelukkig kan maken, ben ik!

LEES OOK: