Jorieke (19): ‘Ik hoorde mijn moeder weleens praten over collega’s die overspannen waren of een burn-out kregen. Maar dat waren allemaal mensen van rond de veertig jaar. Ik was achttien en dacht dat ik de wereld aankon, maar dat was dus niet zo.’

Studentenleven

‘Twee jaar geleden begon ik met studeren in Utrecht. Vanaf het begin zat ik al niet lekker in mijn vel. Ik sliep slecht, at weinig en voelde me vaak depressief. Maar ik dacht dat dit kwam omdat ik net was begonnen met een studie in een nieuwe stad en voor het eerst op mezelf woonde. In december voelde ik me nog steeds heel slecht. Toen ben naar de huisarts gegaan. Die zei dat ik het rustig aan moest doen. Als het over een paar maanden nog niet over was, dan moest ik terugkomen.’

Bubbel

‘Op een dag ging ik naar school. Ik moet een weg oversteken om bij de tram te komen. Tijdens het oversteken lette ik niet op het verkeer, ik zat in een soort bubbel. De wereld om mij heen was heel vaag. De volgende dag ben ik naar m’n ouders gegaan en heb daar de hele week op bed gelegen en gehuild. Samen met mijn vader ben ik naar de dokter gegaan, ik zat erbij als een zielig hoopje. Wat de dokter heeft gezegd, weet ik niet meer, mijn geheugen was echt een zeef.’

Drie baantjes

‘De dokter vertelde me dat ik minder moest werken, veel leuke dingen moest doen en moest ontspannen. Naast mijn studie werkte ik bij een website, in een winkel en bij een tv-station. Bij die andere baantjes ben ik veel minder gaan werken. Ik sloeg uiteindelijk door met het doen van leuke dingen. Het was een goede afleiding, maar na zo’n leuke dag kreeg ik het burn-out gevoel vaak twee keer zo hard terug. Ontspannen deed ik bijna niet, daarom ging mijn burn-out ook maar niet over.’

Flauwvallen

‘Na het doktersbezoek heb ik een plan gemaakt om over de burn-out heen te komen. Stop één was minder werken en meer ontspannen. Stap twee was mensen vertellen dat ik een burn-out had. Ik heb vriendinnen, mentor en werkgevers verteld dat ik ziek was. Achteraf had ik misschien ook iets meer moeten ontspannen. Op een dag was ik zo moe en uitgeput dat ik thuis ben flauwgevallen. Als ik dat tegen mijn baas had gezegd, dan had ze waarschijnlijk gezegd dat ik een poosje niet meer mocht werken. Maar stoppen met werken of school, dat wilde ik echt niet.’

Lees ook: True Story: ‘mijn vriend veranderde in een psycho

Vervelende reacties

‘Nadat ik het mensen heb verteld kon ik zelf beter accepteren dat ik ziek was. Ik schaamde me er minder voor. Toch reageerde lang niet iedereen even begripvol. Veel mensen geloven nog steeds niet dat ik ooit echt een burn-out heb gehad. Die zeggen dat ik gewoon wat stress had omdat ik volwassen werd. Maar ik geloof niet dat depressief zijn en hartkloppingen bij volwassenen worden horen.’

Pleinvrees

‘Een burn-out is een opeenstapeling van symptomen. Ik was moe, had last van hartkloppingen en was depressief. Maar ik had ook pleinvrees. Drukke ruimtes, daar kon ik echt niet meer tegen. Utrecht Centraal, een plek waar ik vaak kwam, was echt verschrikkelijk. Ik zag al die mensen lopen met allemaal verschillende emoties en ik had het gevoel dat ik alle mensen die er liepen moest helpen. Dat was heel beklemmend. Het liefst was ik niet in Utrecht, maar in het saaie dorp van mijn ouders. Daar kon ik echt tot rust komen.’

Zelfverzekerd

‘Sinds april dit jaar ben ik weer beter. Door mijn burn-out heb ik veel over mezelf geleerd. Ik weet nu dat het oké is om nee te zeggen en dat ik tijd moet nemen om te ontspannen. Voordat ik mijn burn-out kreeg dacht ik vaak dat ik niet goed genoeg was, nu weet ik dat ik er best mag zijn. Soms heb ik nog steeds last van stress, tijdens een toetsweek bijvoorbeeld. Dan word ik weer angstig, want is dit goede of slechte stress? Maar de toetsweek is die stress weg en voel ik me weer goed.’

LEES OOK:

Beeld: Gettyimages

Bron: CosmoGIRL! issue 9, 2014