Pizza’s zijn eigenlijk altijd een goed idee! Koud zijn deze mini’s net zo lekker als warm. En omdat ze zo klein zijn kun je er een heleboel in je lunchbox meenemen.

Dit heb je nodig: 450 gram bloem, 310 ml warm water, 2 eetlepels olijfolie, 2,5 theelepels gist, 2 theelepels zout, 1 theelepel suiker, tomatensaus, toppings.

Zo maak je het:
1. Roer het gist en het warme water in een klein kommetje en laat dit vijf minuten staan.
2. Mix de bloem, suiker, het zout en de olijfolie in een grote kom. Meng dit met een mixer met deeghaken en voeg het gistwater toe. Kneed dit nog vijf minuten met de hand of met weer met deeghaken. Maak er twee kleine ballen van.
3. Doe een beetje olie in twee kommen. Doe in iedere kom een bal deeg en leg er een droge doek overheen. Zet de kommen op een warme plek, bij de verwarming, en laat het deeg twee uur rijzen.
4. Als het is gerezen, kun je de ballen uitrollen met een deegroller. Steek dan kleine pizzavormpjes uit deze plak deeg.
5. Verwarm dan je oven voor op 200 graden.
6. Smeer wat tomatensaus op je vormpjes, doe de andere toppings erop zoals ham, paprika of champignons. Maak je pizza’s af door er wat kaas overheen te strooien.
7. Zet de pizza’s 8-10 minuten in de oven tot de kaas is gesmolten.

Tip: Maak het makkelijk voor jezelf en gebruik kant-en-klaar pizzadeeg. Dan kun je stap 1 t/m 4 overslaan!