Marjolein gaat Down Under verder ontdekken.

Ineens was het zover; tijd om verder te kijken dan Sydney! Gek, hoe ik in korte tijd zo van die stad was gaan houden. En toch, hoewel ik wist dat ik de stad intens zou gaan missen, voelde het nu echt als time to go. Al zou ik twee maanden later weer terug komen! Ironisch genoeg leek ook Sydney een traan te laten (het regende namelijk op mijn weg naar het station).

Bij het station aangekomen moest ik op zoek naar de bus. Toen die de stad uit reed, werd ik steeds nieuwsgieriger naar mijn volgende bestemming. De eerste stop zou namelijk het surfcamp zijn op de geheimzinnige plek die ‘surfspot X’ werd genoemd.

Na een busreis van 10 uur werden ik en mijn grote paarse vriend (alias de afzichtelijke backpack) in de middle of nowhere uit de bus geschopt en was het wachten op de ‘mojo-surfbus’ die me op zou pikken. Deze arriveerde vrij snel; de deur van het busje schoof open en een jongen met dreads en drie andere surfdudes (Ed, Raf en George, zo bleek later) hielpen mij en m’n rugzak de bus in. Na de lange reis die dag, een uitgebreide Ozzie BBQ en wat geklets rond het kampvuur was ik totaal gesloopt en besloot te gaan slapen. Om 7 uur de volgende ochtend was het namelijk tijd om op de plank te springen (of iets wat daar enigszins op lijkt).

6 uur ging dus de wekker en terwijl ik voorzichtig mijn ogen opendeed en langzaam wakker probeerde te worden werd ik mij bewust van een geluid dat op stromende regen leek… Ik keek naar buiten en jawel! Het GOOT! Ik kon een kleine teleurstelling niet onderdrukken (de zonnige brochure foto’s hadden me hier niet op voorbereid). Maar ik herpakte mezelf en besloot me niet te laten ontmoedigen! Ik schoof dan ook vrolijk bij het ontbijt aan. Een van de anderen verzekerde me dat surfen nóg toffer was in de regen en ik deed mijn best om dat te geloven…

Na het ontbijt maakte ik even ruzie met mijn wetsuit, luisterde naar de instructies en pakte mijn board onder m’n arm. Wauw: ik voelde me een echte surfchick! Al was ik wel een béétje bang… Eenmaal in het water wist ik gelijk: surfen is ontzettend moeilijk. Ik bakte er weinig tot zeg maar niks van… Mijn surfinstructeur bleef enthousiast roepen ‘C’mon dutchie, get back on your board, we’re gonna nail this one!’ Ik bleef het proberen en realiseerde me tussendoor dat de regen inderdaad niks uitmaakte. Wat was dit WAAANZINNIG gaaf! De volgende dag pakte ik voor het eerst geheel op eigen kracht een golf! Wauw! Ik snapte opeens waar het o zo Australische ‘AWESOME’ vandaan komt. Geen woord omschrijft de surfkick beter dan dat.

Helaas kwam het surfcamp voor mijn gevoel veel te snel ten einde. Na twee dagen had ik overal spierpijn, blauwe plekken en blaren. Maar het maakte allemaal niks uit. Want er is niks beters is dan om 6 uur ’s ochtends op te staan, je wetsuit aan te trekken, je board te pakken ‘and just go catch some waves’.