Doe de test!

Hoe zien anderen jou? Doe de test en kom erachter in welke categorie jij valt.

1. In de klas sta jij bekend als:
1.a De druktemaker die altijd wel zegt waar het op staat.
1.b De lieveling. Jij kunt het met iedereen goed vinden en wilt nooit iemand kwetsen.
1.c Streng maar rechtvaardig. Af en toe zeg je waar het op staat, maar dat vind je niet altijd nodig.

2. Je bestie zegt iets waar je het helemaal niet mee eens bent. Jij:
2.a …spreekt haar tegen. In vriendschap is eerlijkheid een van de belangrijkste eigenschappen. Jij schuwt er dan ook niet voor te zeggen waar het op staat. Dat verwacht je van haar net zo goed.
2.b …hoort het maar even aan. Als ze hier nog een keer over begint, dan kaart je het dan wel voorzichtig aan. Haar kwetsen is wel het laatste wat je wilt doen.
2.c …zegt waar het op staat. Tenminste: als dat het waard is. Je wilt haar niet onnodig kwetsen, maar soms is het beter als één van je naasten gewoon eerlijk tegen je is (bijvoorbeeld als dat jurkje toch niet zo leuk staat als ze denkt).

3. Je bent aan het partyen en iemand zoekt ruzie met je. Jij:
3.a …zegt dat ze hier onmiddellijk mee moet ophouden. Aan jou heeft ze echt de verkeerde. Of je nou alleen staat of met je vriendinnen om je heen.
3.b … hebt als motto: ‘Voorkomen is beter dan genezen’. Je houdt het voor gezien, want hier heb je echt geen zin in.
3.c …zegt dat je hier geen zin in hebt en stelt voor om het te laten voor wat het is. Van een bitchfight in de kroeg wordt niemand gelukkig. Toch?

4. Je ouders zeggen dat je iets niet mag. Jij:
4.a …doet natuurlijk het tegenovergestelde, dúh.
4.b …doet wat je ouders willen. Je wilt ze natuurlijk niet teleurstellen.
4.c …gaat met ze in discussie. Waarom vinden ze dit? Als je hun standpunten begrijpt, stem je in met hun beslissing. Ben je het er totaal niet mee eens? Dan is er een kansje dat jij toch lekker doet waar je zin in hebt.

5. Als het gaat om kleding dan ben jij een:
5.a Trendsetter. Wat anderen aan hebben dat doet er niet toe. Jij trekt aan wat jij leuk vindt.
5.b Trendvolger. Je kijkt af in de bladen en bij anderen wat je leuk vindt.
5.c Trendwatcher. Je weet welke trends hip en happening zijn. Je kiest precies de dingen uit die bij jou passen.

6. Als iemand jou iets vertelt dan:
6.a Ben je eigenlijk altijd wel kritisch. Eerst zien, dan geloven.
6.b Ga jij er altijd vanuit dat diegene de waarheid vertelt.
6.c Ben jij heel kieskeurig. Je beste vriendinnen kunnen je alles wijsmaken. Je vertrouwt ze blindelings. Mensen die wat verder van je af staan, moeten wel met goede argumenten komen.

7. Je broertje heeft een vriendinnetje aan de haak geslagen. Jij:
7.a Vindt het tijd om even uit te testen of ze een goeie partij voor hem is en legt haar het vuur aan de schenen. Vriendinnen worden komt daarna wel.
7.b Vindt het hartstikke gezellig. Lets be best friends!
7.c Neemt haar eens goed in je op, observeert hoe ze is en hoe ze doet. Kritisch ben je wel. We hebben het hier wel over je broertje! Maar… een zus erbij? Sounds fun.

8. Je hebt een trui gekocht, maar thuis kom je erachter dat er allemaal haaltjes in zitten. 
8.a Je gaat meteen naar de winkel. Dit kunnen ze toch niet maken? Beledigd wil je dat ze de trui terugnemen (en het liefst zou je nog een compensatie krijgen voor de moeite die je hebt moeten doen ook).
8.b Je baalt ontzettend, maar niks aan te doen. Zou je oma hier nog wat aan kunnen doen?
8.c Je vindt het jammer. Dan maar terug naar de winkel en kijken of je de trui kan ruilen voor een exemplaar zonder haaltjes.

9. Je bent uit eten, maar het valt allemaal ontzettend tegen. De drankjes zijn lauw, net zoals het eten en het lijkt wel alsof ze zijn uitgeschoten met het zout (blegh). 
9.a Hoe kunnen ze? Je zegt dat je dit geen stijl vindt en staat ogenblikkelijk op om het restaurant te verlaten. Zonder te betalen. Dan maar ergens anders heen.
9.b Je weet niet zo goed wat je met de situatie aanmoet dus laat je iemand anders met de situatie dealen.
9.c Je vraagt aan de serveerster of dit de bedoeling is en dat jij dit in ieder geval niet prettig vindt. Je zorgt ervoor dat ze het mee terug neemt, zodat je uiteindelijk alsnog tevreden het restaurant kunt verlaten.

10. Eén van je beste vriendinnen is gedumpt en ze is heartbroken. Jij:
10.a Laat geen kans onbenut en gaat naar de ex-boyfriend in kwestie toe om te zeggen dat hij een sukkel is dat hij zo’n geweldig meisje aan de kant zet. En dat ‘ie niet moet denken dat hij ooit nog terug kan komen… Daar zorg jij wel voor.
10.b Troost haar met een grote voorraad chocola. Als ze er nog energie in wil steken, zeg je dat hij de aandacht niet verdient. His loss
10.c First things first: je gaat naar haar toe zodat ze even lekker kan uithuilen. Daarna maken jullie een plan de campagne. Jullie bespreken wat zij wel of niet doet en je zorgt dat ze, waar jij bij staat, zijn nummer uit haar telefoon verwijdert.

Meeste A’s? Rebel in hart en nieren.
Met jou moet je niet sollen. Je stelt mensen eerst op de proef en als ze dat overleeft hebben, dan kan jij heus ook hartstikke lief zijn. Maar het kan geen kwaad om in eerste instantie wat liever te zijn. Sommige mensen kunnen nog weleens schrikken van jouw pittige karakter.

Meeste B’s? Lief engeltje.
Anderen zien het aureooltje boven jouw hoofd stralen. Als iemand een engeltje is, dan ben jij het wel. Iemand kwetsen door de waarheid te zeggen? Liever een leugentje om bestwil. Maar, het is echt niet erg om af en toe te zeggen waar het op staat. Je mag er zelf niet aan onderdoor gaan, toch?

Meeste C’s? Stoere babe.
Eerlijkheid vind je belangrijk en jij kiest dan ook niet altijd de makkelijkste weg. Je vriendinnen weten dat jij ze, gelukkig, nooit voor gek zou laten lopen. Maar, als het niet nodig is dan zoek je het ook niet op. You go girl!

 

Fotografie: Anne Menke.