Paulien schreef een brief aan haar pester.

Gepest worden kan je leven tot een hel maken. Paulien schreef haar pester een brief.

 

 

 

 

 

 

Beste pester,

Lange tijd heb je me gepest. Elke nacht huilde ik mezelf weer in slaap. Nog steeds worden er elke dag woorden naar mij geroepen. Niemand doet er wat aan en hoe graag ik ook zou willen zeggen dat het me niets meer doet, doet het dat wél. Woorden komen harder aan dan klappen. Met beide heb ik ervaringen. Ik ben geschopt, geslagen en gekleineerd. Ik ben uitgelachen en mijn spullen zijn afgepakt. Mijn armen waren ooit leeg, nu zitten ze vol. De krassen op mijn lichaam zijn niet meer uit te wissen. Ik denk dagelijks aan zelfmoord.

 

Ik heb met mensen over het pesten gepraat, maar nog steeds ben ik depressief. Het pesten is sinds een jaar een stuk geminderd, maar nog steeds is er de angst. Elke dag fiets ik bang naar school, loop ik bang door de gangen en zit ik ergens helemaal achteraan in een hoekje. Ik zit het liefst zo ver mogelijk weg van de rest. Altijd weer bang voor die woorden: 'Niemand mag je! Niemand wil je! Ga dood!'

 

Ik ben niet alleen bang voor de pesters, maar ook voor mezelf. Ik weet dat zij niets meer hoeven te zeggen, ik praat mezelf toch wel de grond in. Het is een erg slechte eigenschap maar die heb ik aan al dat gepest over gehouden. Een echt kind heb ik nooit kunnen zijn. Ik heb nooit vriendjes en vriendinnetjes gehad. Nog steeds lach ik bijna nooit. Ik durf alleen mezelf te zijn als er niemand anders in de buurt is.

 

Wanneer mensen zeggen dat ik me aanstel en dat ik de reden waardoor ik gepest word, kan veranderen, kijk ik ze gewoon aan. Zij weten niet hoe ik mij voel. Zij weten niet wat ik elke dag doormaak. Ze weten niet waarom ik iets dikker ben als de rest. Ze weten niet waarom ik zoveel spelfouten maak. Ze weten niet dat ik altijd bang ben als iemand hun hand uitsteekt. Ze weten niet dat ik bang ben om alleen door het centrum te lopen. Ze weten niet dat ik de hele nacht wakker lig of mezelf in slaap huil. Ik ben bang voor het donker, maar ook voor licht. Ik wil niet meer lachen. Ik wil niet meer huilen.

 

De mensen die me nog steeds dagelijks uitlachen, kijk ik niet meer aan. Ik negeer ze, doe alsof ze er niet zijn. Pester, heel erg bedankt voor het verpesten van mijn leven. Bedankt voor de slechte gedachtes en de vele tranen. Maar bovenal bedankt voor het sterker maken van mij. – Paulien

 

In CosmoGIRL! 116 vind je nog meer brieven: ook Dorthe en Nicole schreven hun pesters een brief. In het nieuwste issue kun je ook de excuusbrief lezen van ex-pestkop Chesney

 

Wat vind jij van de brieven? Plaats je reactie hieronder. Nog niet ingelogd? Dat kan hier!