En haar terugkeer naar Tilburg

Precies een jaar geleden liet ik mijn vastgeklampte moeder los, pakte ik mijn koffer voor het eerst in – wat ik nu zo’n 50 keer per jaar doe – en verruilde ik de kleinste kamer uit huize van de Wouw in voor een appartement in Amsterdam. Het was tijd om uit huis te gaan.

Gelukkig ben ik een kind waarin heimwee standaard geprogrammeerd zit en keer ik nog ieder weekend braaf terug naar mijn roots in Tilburg. Dat ik inmiddels gewend ben aan het drukke stadsleven is vanzelfsprekend een feit. Dat mijn ouders en zus het eigenlijk ook wel prima vinden, werd me dit weekend maar al te duidelijk.

Terwijl ik onderweg naar huis treinde voor weer een weekend met de familie, werd ik gebombardeerd met berichten van moeders. Of ik even door wilde geven wat ik wilde eten die avond. Ik noemde wat willekeurige voorbeelden, maar daar nam ze geen genoegen mee: 'Ik geef het op met jou en je moeilijke eten,' was het laatste wat ik binnenkreeg op mijn telefoon. Daarna was het voor het eerst in een heel jaar stil. Geen belletjes, geen berichtjes. Mam, ben je ziek?

Eenmaal thuis aangekomen werd ik begroet met een warm bord eten. Terwijl ik mijn voedsel braaf opat, zat mijn moeder tegenover me doodleuk te vertellen hoe fijn het hier was tijdens mijn afwezigheid. Ik citeer: 'Dankzij jouw vertrek kunnen we eindelijk weer biefstuk eten met zijn allen. En garnalen, en zalm, en champignons, en, en …' Ja mam, ik begrijp het. Dat ze duurder uit is met boodschappen – ik herhaal, biefstuk – doet er kennelijk niet toe.

Helemaal duidelijk werd het me tijdens een etentje met de familie. Terwijl mijn zus, moeder en ik onze jassen ophingen liep mijn vader op de ober af. 'Een tafel voor 3 personen alsjeblieft.' Hoorde ik dat nou goed? Ik telde er toch echt vier! Ik schreeuwde van een afstandje naar de ober dat er een vergissing was gemaakt, waarop mijn vader me aankeek met een blik die iets weg had van een demente bejaarde. Het is officieel, ik ben vergeten.