Tonijn, salami en een luipaard-topje

Na een drukke dag school en een koffer vol met kleren reisde ik uit Amsterdam terug naar mijn geboorteplaats Tilburg, waar ik ieder weekend doorbreng. En net zoals iedere andere student, reis ik met de lieftallige NS. Ik wilde nog veel lezen en besloot om naast de deur te gaan zitten. Je weet wel, dat hoekje waar het stinkt naar plas en waar mensen steeds langslopen die het niet meer kunnen ophouden. Maar voor mij de ideale plek om mijn boek in alle rust uit te kunnen lezen. Dat dacht ik tenminste…

 

Nét voordat de deuren sloten kwam er een jonge knul voor me zitten. Hij leek me wel ok, dus ik besloot te blijven zitten. Dat ging een tijdje goed, totdat hij zijn mond opentrok. Hij stelde me honderden vragen. Waar ging ik heen, wat ik daar ging doen en of ik niet beter een andere route kon pakken omdat die sneller was. (Tuurlijk, ik pak graag een toeristische route als ik zo snel mogelijk naar huis wil). Toen ik hem eindelijk stil kreeg door korte antwoorden te geven, pakte hij een broodje uit zijn tas. Vanaf dat moment was het hokje gevuld met smak-geluiden en een stinkende tonijngeur die de plasgeur overtrof. Je kunt dus wel raden dat het lezen er niet meer van kwam. God why.

 

Ik besloot ergens anders te gaan zitten. Dat betekende dat ik het trapje op of af moest voor de volgende coupé. Ik koos voor het trapje omhoog. Met koffer en al beklom ik de op dat moment ogende Himalaya. Na een paar keer struikelen over de voeten in het gangpad vond ik eindelijk een plekje in de stiltecoupé. Maar stil was het hier zeker niet. Tegenover mij zaten twee meisjes die, of niet konden lezen, of een yolo-instelling hadden, en ze praatten tegen elkaar alsof het een of ander theekransje was in die trein: “Wauw had je dat ene luipaard-topje gezien bij Franca, dat kan ééécht niet, hahaha.” Waarom overkomt mij dit!?

 

Om het nog erger te maken zat er een oude man naast me die een mega grote salami worst uit zijn tas haalde en die in een keer begon op te vreten. Het was gewoon geen eten meer. Nadat de hele cabine was gevuld met salami-geur besloot hij dat het genoeg was, gelukkig! Maar toen werd het erger. Want uit zijn broekzak toverde hij tabak tevoorschijn. En hij besloot zijn peukje vast te draaien in de trein. Op zich niet zo'n probleem, maar het ging me echt te ver dat de tabak af en toe op mijn schoot belandde door de schommelende trein. Dammit, heb ik weer. Ik had toch maar bij de tonijn-jongen moet blijven zitten.

 

Toen ik na deze helse wereldreis eindelijk thuis kwam en me lekker op de bank nestelde, kreeg ik zowat een beroerte. In alle haast en irritatie ben ik regelrecht naar de auto gelopen. Ik heb niet uitgecheckt. Shit…