Miss Bente overleefde weer een nieuw avontuur

De meeste mensen zijn tijdens een skivakantie bang om uit te glijden,  in een ravijn te vallen, aangeskied te worden door een overenthousiast kind dat niet kan remmen, of om 'simpelweg' aan te komen.

Mijn angst was dit jaar echter een tikkeltje origineler. Want ik beken, ook ik had de surreële vrees voor de skilift totaal niet aan zien komen.

'Wat een mazzel, onze hotelkamer zit pal naast de gondel,' schreeuw ik tegen Nick, die het bed aan het checken is op attente chocolaatjes. Niets is erger dan de berg oplopen bepakt met ski’s en stokken bijna langer dan jezelf, inclusief skischoenen die letterlijk en figuurlijk een blok aan je been zijn.

Maar zodra ik de gordijnen voor het raam openschuif en me op het balkon begeef vind ik die pelgrimstocht naar de skipiste ineens helemaal niet zo erg meer. Recht voor me zie ik het begin van een skilift die hoger lijkt te reiken dan de Mount Everest. Voordat ik gillend van het balkon af ren zie ik nog net een gondel over een enorm diep dal de hoogte in bewegen. Daar ga ik dus écht niet in. No way.

En jawel, ik ging erin. Ik moest erin. Je gaat op wintersport om te skiën, en om te skiën moet je toch echt eerst een berg op. Helaas was het aantal manieren om die berg op te komen geslonken tot één. En dus zat ik met maar liefst vijftien mensen inclusief handbagage samengepakt in een kleine gondel, op weg naar een hoogte van 1800 meter.

Niet naar beneden kijken, niet naar beneden kijken. Hé kijk, een vogel! En ik keek naar beneden. Een fout die ik niet had moeten maken, want op het moment dat huizen geslonken waren tot kleine puntjes en mijn geliefde hotel volledig uit het zicht was verdwenen sloeg de paniek toe. Nick probeerde me nog enigszins te kalmeren, maar zelfs een knuffel of glimlach van hem hielp niet meer. Ik moest en zou er zo snel mogelijk uit komen, en dat had-ie geweten ook. Sorry Nick.

Op een vredelievende manier die gondel uitkomen, dat kon ik wel vergeten. Want nog steeds hangend boven een diep dal zonder zichtbaar einde van de lift, begon de snelheid van de gondel flink af te nemen tot we uiteindelijk met een schok stil kwamen te staan. De kracht van het stilzetten zorgde ervoor dat de gondel transformeerde in een groot schommelschip, en een jammerende kreun ontglipte me. Ook na tien minuten hingen we nog steeds op dezelfde plek en de vijftien mensen om me heen begonnen al opgewonden te smoezen.

'Wist je dat er één keer per jaar een gondel naar beneden valt?', 'Ooit is een straaljager in zo’n gondel gevlogen!',  'Hoeveel houdt deze kabel eigenlijk?', 'En euh, wist je dat exact deze lift wel eens drie uur stil heeft gehangen?' Ja, van je medemens moet je het hebben.

Een skilift die me in acht minuten naar boven had moeten brengen, duurde op die donkere ochtend zo’n twintig minuten. Het was de lift des duivels en een nieuwe angst was geboren. Laat mij maar gewoon aangeskied worden door een enthousiast springerig geval. Of wat kilo’s aankomen, ook prima. Misschien.

Tot volgende week! 

Liefs, 
Bente