Zelfs ‘Channing Tatum’ is niet goed genoeg…

Als je mijn vorige blog hebt gelezen, weet je vast wel dat ik en mijn bank onafscheidelijk zijn. Je hebt een spatel en heel veel moeite nodig om mij daar vanaf te krijgen. Laat nu net het geval zijn dat ik naar Amsterdam verhuis en geen bank kan vinden… Want laten we wel wezen, een nieuwe beste vriend uitzoeken, dat kost nou eenmaal tijd. En heel veel moeite.

Vooral bij kieskeurige mensen, zoals ik. Niets is goed genoeg. Is-ie te hard? Weg ermee. Heeft-ie niet die perfecte grijze kleur? Niet geschikt. Kussens die meer rond dan vierkant zijn? Vaarwel. Het is één grote vleeskeuring, maar dan met stof. Want een leren bank komt er niet in bij mij, no way. De ene naar de andere bank wijs ik af. Ik voel me net een of andere hoge pief die het voor het zeggen heeft in Hollywood. En niemand is goed genoeg voor mij. Zelfs de Channing Tatum onder de banken voldoet niet aan mijn eisen.

Na twee weken zoeken zonder resultaat, heb ik bijna de neiging om het op te geven. Totdat  een bank in de hoek van de etalage mijn aandacht trekt. Een gouden gloed vol fonkelende sterretjes eromheen en een engelenmuziekje op de achtergrond en het was compleet… Als in een romantische film ren ik op mijn perfecte maatje af, en laat me met een harde plof vallen. Ook die plof valt me niet tegen. Hij zit heerlijk, en hij is niet eens zo duur!  Verlekkerd kijk ik naar mijn moeder. “Dat wordt ’m, mam!” Totdat ik vol afschuw kijk naar de rimpels die zich vormen op haar gezicht. Een uitdrukking die ik absoluut niet wil zien. De frons op haar gezicht wordt erger, en tot mijn schrik gooit ze het woord “bah” eruit alsof er poep onder haar schoen zit. En als iemand die de mening van haar moeder redelijk belangrijk vindt, weet ik dat dit hem niet gaat worden. Shit…

Wanneer ik mama’s verschrikkelijke uitspraak een beetje verwerkt heb, en nog steeds die geweldige bank niet uit mijn hoofd kan zetten, besluit ik dat het tijd is. Tijd om niet meer naar anderen te luisteren, maar gewoon te doen wat ik wil. En dus tijd om te kopen wat ik mooi vind. Het is tenslotte mijn nieuwe beste vriend, niet die van mijn moeder. Met opgeheven hoofd en een verlangend hartje ren ik naar die ene hoek van de etalage. Gelukkig, hij staat er nog steeds, en hij zit nog steeds even lekker. En ja, het is nog steeds een plaatje. Ik check nog even de afmetingen voor de bank, hij moet natuurlijk wel passen in mijn nederige stulpje. En dan gebeurt het. Van schrik krijg ik bijna een tweede rolberoerte. Ik kijk twee keer, en nog een keer. Maar het kaartje liegt er niet om. De kortingsweek is voorbij en dat betekent dat er een getalletje op het kaartje prijkt dat twee keer zo hoog is als de vorige keer. Dat kunnen ik en mijn portemonnee dus echt niet betalen. Met een zucht plof ik neer op mijn droombank, voor de laatste keer. Misschien moet ik toch maar voor de Channing Tatum-bank gaan.