Of toch niet?

De dag na een 16-urige werkdag die eindigde in een lange fietstocht en pijnlijke voeten van het lopen op hakken, zat 's morgens met mijn vriend Nick aan het ontbijt. Terwijl ik gedachteloos mijn broodje met hagelslag at, begon Nick een verhaaltje te brabbelen waarin een vissenkom voorkwam, terwijl hij onze plant (die hij verzorgt als zijn kleine kindje) aan het knippen was. Ik besloot dat ik geïnteresseerd was en begon te luisteren.

Toen een zakenman aankwam in zijn vijfsterrenhotel, werd hem gevraagd of hij misschien een vissenkom – inclusief vis – in zijn kamer wilde hebben. De man keek het personeel aan alsof ze zojuist voorgesteld hadden om zijn gordijnen te borstelen en wees het verzoek af. Het personeel bleef echter aandringen, en uiteindelijk besloot hij dat zo’n vis misschien toch best gezellig kon zijn. De man ging wat eten, en toen hij terugkwam concludeerde hij dat de vissenkom nergens te bekennen was. Boos belde hij de receptie op, vragend waar zijn vis was gebleven die hij in eerste instantie niet had gewild. Ik keek hem een tijdje verwachtingsvol aan, wachtend op de rest van het verhaal. Al snel kwam ik erachter dat we al bij het einde waren gekomen. Wat moest ik met een verhaal over marketing zo vroeg in de ochtend? Ik besloot maar niets te zeggen en begon aan de laatste hapjes van mijn broodje.

Later op de middag, toen ik het vissenkom-verhaal compleet vergeten was, liepen we samen de boekwinkel Scheltema binnen. Op een tafel stond een poster met de tekst ‘gratis kroket om 15:00 uur’. Vanaf het moment dat Nick de poster zag, wist ik dat ik hem kwijt was. Hij keek me met grote ogen aan en griste daarna zijn telefoon uit zijn broekzak om de tijd te checken. Het was 14:00 uur, en we zouden één heel uur moeten wachten om zo’n kroket te kunnen bemachtigen.

Natuurlijk had ik geen zin om een heel uur van mijn tijd te verdoen voor een gratis kroket, terwijl ik de snack voor €1,60 uit de muur kon halen. Maar ik wist ook dat ik deze discussie nooit zou winnen, dus gaf ik me over. Nick moest en zou die kroket hebben, en we besloten de tijd te doden door een extra rondje door de stad te lopen.

Stipt om 15:00 uur stormde Nick terug de boekwinkel in, gefixeerd op de gratis kroketten die nergens te bekennen waren. Hij sneed mensen af, rende verdiepingen op en af en sprak meerdere malen het personeel aan met de vraag waar de gratis kroketten te vinden waren. Niemand wist van iets af, en zijn gratis droom viel in duigen. Ook na een kwartier was alleen de geur van boeken te ruiken. Geen enkel spoor duidde op de gefrituurde snack en de boekwinkel hield zich dus niet aan zijn belofte. Conclusie? Ik verliet de winkel met een verdrietig jongetje, inclusief pruilmondje. Jammerend dat hij zo graag een gratis kroket had willen hebben.

Moraal van het verhaal? Nick had helemaal geen zin in een kroket, totdat het hem aangeboden werd. Hij kreeg de verwachting dat hij lekker kon eten voor niks, noppes, nada. En dat maakte de zin in het eten groot. Wanneer je zo’n kroket dan uiteindelijk niet krijgt, word je boos. Net als de man van het vissenkom-verhaal, die eerst geen vis wilde maar uiteindelijk het personeel boos opbelde met de vraag waar zijn verdomde vissenkom bleef. Dat noemen we marketing.

Ik, lieve vriendin die ik ben, nam mijn intens verdrietige vriend alsnog mee naar de Febo. Ik gooide wat muntgeld in de muur en viste er een kroket uit. 'Hier, en nu wil ik dat pruilmondje niet meer zien.' De mislukte marketing-truc van boekwinkel Scheltema heeft me vandaag niet alleen een uur van mijn tijd gekost, maar ook bijna twee euro en een verdrietige vriend. Maar we hebben ook weer een belangrijke les geleerd: marketing is overal, kroketten daarentegen niet.