Maat houden? No way!

De ene keer begint het met een wafel. Je weet wel, zo’n wafel met teveel chocoladesaus en slagroom, waar je al misselijk van wordt als je er naar kijkt. De andere keer begint het met een biologisch winkeltje, met producten waarvan ik de naam nog nooit voorbij heb zien komen in de supermarkt. Ik bedoel maar, ooit een pastinaak tegen gekomen bij de groenteafdeling? Ik in ieder geval niet.

Anyways, die kleine momenten zorgen er altijd voor dat ik enorm baal van mijn levenswijze. En het liefst wil ik dan meteen het roer omgooien. Vanaf dat moment wil ik nooit meer een vette hap eten, of wil ik het liefst een pastinaak-etende boer zijn die zijn eigen groenten verbouwt in de achtertuin. Juist, ik ben een meisje van uitersten. Geen halve wafel, geen halve pastinaak, maar meteen volle bak er tegenaan. Voor mij is er geen tussenweg. En dat is niet altijd even handig…

Daar zit ik dan, te herkauwen op een blad sla terwijl mijn vriend aan de hamburger met friet zit. Lachend zit-ie me aan te gapen, en het liefst sla ik die lach hardhandig van zijn gezicht af. Hij weet namelijk allang dat dit weer een bevlieging van mij is, en over precies 1 week zal ik me weer volproppen met koekjes, taart, chocola, en inderdaad: hamburgers. En al schud ik heel hard nee, ik weet dat hij gelijk heeft.  

Dit heb ik niet alleen met eten hoor. Nee, het gaat nog veel verder. Neem bijvoorbeeld hardlopen. Een week lang staat mijn moeder aan mijn kop te zeuren. Of ik eindelijk eens met die luie reet van de bank af kom en een blokje om ga rennen. Dit heeft ze me zo vaak gevraagd, dat ik voortaan altijd hetzelfde antwoord geef: ‘Ik ga pas, als jij gaat’. Om het vervolgens nog niet te doen wanneer zij zich wel in het zweet staat te werken. Sorry mam.

Maar als ik dan wonder boven wonder toch geïnspireerd raak, en met veel te veel moeite die bank af kom, dan is het hek van de dam. Iedere dag wil ik rennen, en het liefst zo snel mogelijk én zo lang mogelijk. Vroeg thuis? Reden om hard te lopen. Stressvolle dag gehad? Hup, die renschoenen aan. Pak koekjes op? Tijd om te rennen. Heerlijk vind ik dat. Tot het moment komt dat ik met twee belaste enkels en een pijnlijke kuit op de bank lig door mijn enthousiasme. Op dat moment beslis ik dat het genoeg is. En ga ik weer met mijn luie kont op de bank liggen.