Lees meer!

Uitgeput van mijn wereldreis  van Tilburg naar Amsterdam (die om 07:00 ’s ochtends begon), het meezeulen van mijn koffer door heel Nederland, en de vele lessen tot 16:00 ’s middags, liep ik in een heerlijk zonnetje terug naar mijn appartement. Blij dat ik eindelijk mijn pyjama aan kon trekken om urenlang ongegeneerd series te kijken op de bank. Met een glimlach op mijn gezicht liep ik de hoek van mijn straat om en bleef ik verbouwereerd staan, de glimlach verdween per direct.

Zag ik het nou goed? Stond het hele gebouw nou werkelijk in de stijgers?! You got to be kidding me!

Jep, ik had het niet verkeerd gezien, helaas. Het uitzicht vanuit mijn kamer is vanaf nu één grote stalen bende, voor maar liefst drie weken lang. En het ergste is nog dat er midden in die stalen bende tientallen schilders rond gaan lopen, pal voor mijn raam. Dat betekent dat ik voor drie weken lang mezelf moet aanpassen aan deze pottenkijkers. En daarvoor moet ik héél veel dingen laten.

Laten we maar meteen met die pyjama beginnen. Die zal ik de komende weken in mijn kast moeten laten hangen. Bij mijn setje hoort namelijk geen broek. Die dingen zijn voor watjes. Laat mij maar lopen met een veel te lang shirt van mijn vriend. Veel comfortabeler toch?!

Niet meer met de deur open naar de wc. Ik hou niet zo van kleine ruimtes en ik ben gewoon lui. Dus die deur open laten is voor mij vanzelfsprekend. Maar een kleine boodschap doen terwijl er twee schilders mee zitten te genieten is niet echt mijn ding. Ik zal mijn luiheid en claustrofobie dus aan de kant moeten zetten en die deur braaf dicht moeten doen.

Dit vind ik nog de ergste: niet uitgebreid mijn oefeningen kunnen doen op mijn yoga-matje. De oefeningen zijn niet echt charmant. Zoals ik met twee theedoeken aan mijn voeten gekke bewegingen maak om mijn benen iets minder mollig te maken. En dan heb ik het nog niet eens gehad over de manier waarop ik zulke oefeningen doe. De schilders zullen het vast niet waarderen als ik de fitnessvrouw op mijn beeldscherm voor van alles uitmaak omdat ik de oefeningen niet volhoudt.

Het vooruitzicht van broeken dragende, niet sportieve en deur sluitende dagen maakt me niet blij. Totaal niet blij. Maar ik zal het er mee moeten doen. Ik accepteer het lot en zal de schilders een perfect en braaf leventje laten zien. En misschien, heel misschien, zal ik ze ook af en toe eens een kopje koffie komen brengen.