Van wereldreiziger naar treinreiziger: Het avontuur is overal.

Ik heb net een backpackreis door Thailand achter de rug, maar dat betekent niet dat ik geen wereldreiziger meer ben. Want met Tilburg als woonplaats en mijn nieuwe studie in Amsterdam ben ik vanaf nu een kamerloze treinreiziger. En dat is toch een stuk minder plezierig dan een backpacker.

 

 

“Beep, beep, beep.” Aaargh, stomme rot wekker! Om op tijd op school te zijn staat deze fanatieke meid om vijf uur ’s ochtends al naast haar bed. Met een hoofd als een Sharpei (je weet wel, zo’n hond met meer rimpels dan mijn overgroot oma die net uit bad komt), strompel ik naar beneden, en kijk ik mijn vader heel zielig aan. Maar op support van zijn kant hoef ik niet te rekenen. Ik krijg uitspraken naar mijn hoofd geslingerd als: “Je hebt er zelf voor gekozen.” Alsof ik er iets aan kan doen dat deze media studie niet gegeven wordt in zo’n saaie stad als Tilburg (sorry medebewoners). Snel prop ik wat boterhammen naar binnen en probeer ik mijn gezicht nog enigszins te upgraden. Zo, mijn dag is begonnen.

 

 

Maar de pret is nog lang niet voorbij, nu begint het avontuur pas. Want reizen met de trein is een groot feest. Zo werd ik blij verrast door een melding dat mijn trein niet meer reed. “Nee hoor NS, geen probleem, ik vind het heerlijk om zo vroeg op te staan, om vervolgens een half uur te mogen wachten op het station tussen tientallen chagrijnige mensen.” De gedachten aan mijn bed maakt het er niet bepaald beter op, en dat kind met veel teveel energie naast mij al helemaal niet. Als de trein er dan eindelijk is, zie ik dat het een helse rit ging worden. Het ding zit overvol, en ik voel me opgesloten als een sardientje in een veel te klein blik.

 

Gelukkig heeft het reizen met de trein ook een heel groot voordeel. Mijn conditie wordt er namelijk een stuk beter door. Op mijn traject moet ik twee keer overstappen, en daar heb ik per keer ongeveer drie minuten de tijd voor. Dat betekent dat, als de trein al op tijd komt, ik maar een paar minuten de tijd heb om me te oriënteren, en om vervolgens heel hard te rennen naar het goede spoor. Dat doe ik zo’n vier keer op een dag, vijf keer per week. Dat zijn dus 20 sprintjes in een schoolweek. Wedden dat ik op het eind van het schooljaar nog sneller ben dan Usain Bolt?

 

Als ik eerlijk ben, is treinreizen soms zo erg nog niet. Zo vind ik het heerlijk dat ik die vier uurtjes per dag kan gebruiken voor een theekransje en lekker bij kan kletsen met mijn vriendinnen. Ik kan er van genieten om weg te dromen bij het raam waar de regen tegenaan gutst. En natuurlijk ben ik ook wel eens productief bezig, en maak ik mijn huiswerk in de trein. Eigenlijk is je studentenleven pas compleet wanneer je je groen en geel geërgerd hebt aan de trein, maar hem tegelijkertijd ook niet zou kunnen missen. En voor het avontuur hoef je dus echt niet helemaal naar Thailand met een rugzakje. Je vindt het gewoon op het spoor.

 

Wat is het grappigste dat jullie ooit in de trein mee hebben gemaakt?

 

Tot volgende week!

 

Liefs,

Bente