Lees meer!

De eerste week van juni is voor mij de week van de hel. Terwijl het heerlijke lentezonnetje schijnt mag ik dag in dag uit blokken voor mijn tentamens. Ik mag deze week twee keer in een bloedhete en overvolle gymzaal zitten om drie uur lang achter elkaar mijn hersenen te pijnigen. Maar denk maar niet dat die tentamens het ergste zijn. Het ergste is de reis ernaartoe. Ik ben namelijk op dat moment in Tilburg, en de tentamens zijn in Amsterdam. Geen probleem toch? Gewoon twee uur van tevoren inchecken met je studenten-ov en voor je het weet zit je in die gymzaal. Nou, dus niet…

Het begon al goed in de ochtend. Mijn wekker ging om 7 uur, en het eerste wat ik deed was kijken of mijn treinen reden. Dat had ik eigenlijk niet eens hoeven doen, want ik wist het antwoord al. Nope. Er was weer eens een storing rond Utrecht Centraal en dat betekende dat zielige meisjes die hun tentamens moesten halen pech hadden. Ik kon mijn geluk dan ook niet op toen ik even later ontdekte dat de storing voorbij was. Hoezee!

Het eerste obstakel had ik overleefd. Maar al snel was daar de volgende. Omdat mijn ouders me niet konden brengen met de auto en ik geen koffer kon meesleuren op mijn krakkemikkige fiets, moest ik de bus nemen. Mijn eerste mini heart-attack kreeg ik op het moment dat de bus totaal de verkeerde kant opreed. Hoe kom ik nou ooit aan bij het Centraal Station?! Al snel kwam ik erachter dat meneer de buschauffeur een sluiproute nam, pfiew! 

Terwijl ik nog aan het bijkomen was van mijn kleine hartaanval, volgde al snel de volgende. Door alle stress was ik compleet vergeten om op het stopknopje van de bus te drukken. En zo zag ik mijn halte to be aan me voorbij gaan. 2 kilometer verder zou de volgende halte pas zijn. Die trein ging ik dus echt never nooit halen!

Vraag me niet hoe, maar uiteindelijk ben ik in de juiste trein terecht gekomen. Maar de pret was nog niet over, dat nog lang niet. Ik had vier minuten de tijd voor mijn overstap in Utrecht. Normaal is dat geen probleem, want de trein die ik moet hebben stopt aan de overkant en wacht heel braaf totdat iedereen in is gestapt. Maar de trein waar ik nog inzat besloot gezellig 5 minuten stil te gaan staan voor het station. De tijd op mijn klok gaf aan dat mijn aansluiting al weg zou zijn. Gelukkig stond mijn stalen ros heel braaf op me te wachten op zijn vertrouwde plekje aan de overkant. Zodra de deuren opengingen stoof ik op hem af, blij dat ik alsnog op tijd aan zou komen in Amsterdam. Maar die droom viel al snel in duigen. Na zo’n 10 keer drukken op het knopje ging de deur nog steeds niet open. En al snel begon de trein te rijden, zonder mij.

En dan te bedenken dat ik nog niet eens op de helft van mijn reis naar Amsterdam was. Dit noem ik pas echt tentamenstress…