‘Logisch nadenken is voor mij geen optie meer…’

In het donker over straat lopen om 1 uur ’s nachts, alleen. Net zoals half Nederland, krijg ik daar ook de kriebels van. Ik ben nog nooit zo alert geweest en bij ieder geluidje draai ik mijn nek zo ver mogelijk om. Naar links en dan naar rechts. En dan nog een keer naar links, gewoon voor de zekerheid. Dit gebeurt zo’n tien keer per minuut, aangezien er behoorlijk veel lawaai is in Amsterdam. In het vooruitzicht van mijn veilige appartementje ga ik steeds sneller lopen. Totdat ik zo snel ‘wandel’, dat ik eruitzie als een gewonde gazelle die het op een lopen zet. Niet echt charmant, maar dat interesseert me geen reet. Alles voor mijn veiligheid. 

 

Met mijn appartementje in het vizier zet ik het op een rennen. De draaiende sleutel in het slot voelt voor mij als een verademing. I’m alive! Ik check meteen of alle ramen dicht zijn, controleer of er geen moordenaar verstopt zit achter mijn douchegordijn en kijk ook meteen even in mijn kledingkast. En onder mijn bed en ook nog even achter de tv. You never know, right? Na zo’n vijf keer dit ritueel herhaald te hebben, check ik voor de laatste keer de voordeur nog even. En dan, om 3 uur ’s nachts, kan ik eindelijk met een gerust hart gaan slapen. Jep, ik ben een echte angsthaas. En misschien, heel misschien, ben ik toch net wat banger ingesteld dan de gemiddelde Nederlander.

 

Die angst die mensen in een vliegtuig hebben, die heb ik in een trein. Niet dat ik er in het vliegtuig geen last van heb, nee hoor. Daar ga ik al helemaal niet in zonder kalmeringspil. Maar de trein is voor mij dezelfde kost. Iedere treinrit hoop ik, nee, wens ik vurig, dat-ie niet om de een of andere reden stil komt te staan. En die wens wordt nooit gehoord, want die pokkedingen lijken iedere rit wel drie keer kapot te gaan.

 

En dan breekt de hel los in mijn bovenkamertje. Logisch nadenken is voor mij geen optie meer, en het liefst sla ik met een ontzettend grote hamer het ruit naast me in. Als ik er maar uit kan. Die gedachtes zullen wel op mijn voorhoofd te lezen zijn, want op dat moment heb ik het gevoel dat iedereen me aankijkt alsof ik ET ben. Ik neem het ze ook niet kwalijk. Ik zou ook vreemd op kijken als er een meisje tegenover me zat met een vuurrood gezicht en bibberende handen, happend naar adem als een vis op het droge…

 

En daar is de gaskachel weer. Mijn nieuwe beste vriend sinds ik in Amsterdam woon. Zoals jullie in mijn vorige blog hebben gelezen, vond mijn koolmonoxide-alarm het nodig om heel hard te loeien, zodat iedereen wist dat zijn batterijen bijna op waren. Ik, als angsthaas, was daar helemaal niet blij mee. En na het verwisselen van zijn batterijen dacht ik dat-ie zijn mond wel zou houden. Maar nee, helaas. De aandachtstrekker vond het nodig om hard te gaan zingen, midden in de nacht. Hardhandig werd ik uit mijn droom getrokken en belandde ik in een nachtmerrie. Ik schrok zo van dit stomme gekrijs dat ik bijna van mijn stokje ging, midden in de huiskamer.  Heel tactisch hoor Bente, om flauw te vallen als er gevaar om de hoek komt kijken. Laten we dat vooral nooit meer doen.

 

Laten we sowieso stoppen met deze stomme angsten. Want eerlijk gezegd heb je er helemaal niks aan. Tenzij er wél iemand met een kapmes achter je aan zit, dan mag je heel hard wegrennen.