Eh, not so much

'Hou op!', schreeuw ik. Daarna gooi ik een volle fles Spa Rood naar het plafond. Erg stom, want die belandde met volle vaart terug op mijn eigen gezicht. Terwijl ik met een opkomende bult in bed lig, vraag ik mij af waar ik dit aan heb verdiend.

Ik woon nu iets langer dan twee jaar in mijn huisje. Een erg stille buurt in vergelijking met de buurt waar ik hiervoor woonde met mijn huisgenootje. Daar rammelden de trams elke minuut wel langs ons huis, en gebeurde er wekelijks een ongeluk op het kruispunt waarop wij uit keken. Dus toen ik naar mijn huidige woning verhuisde, was ik verbaasd hoe stil het was. Ik dacht dat, waar je ook in Amsterdam woonde, je wel last zou hebben van geluidsoverlast.

In het begin moest ik wennen. Het was té stil. Dat veranderde snel. Té snel. De eerste weken dat ik hier woonde hoorde ik elke zondagochtend iemand heel mooi piano spelen. Dat was prima, en een fijne manier om wakker te worden. Maar nu is er een of andere overbuurman die de saxofoon heel slecht, echt heel slecht, bespeelt. En geloof mij als ik zeg: dat wil je niet horen zondagochtend als je de dag ervoor een leuk feestje heb gehad!

Daarnaast heb ik ook de dagelijkse frustratie van een krijsende baby aan de overkant. Een huilende baby kan ik nog wel aan. Liever niet, maar ik kan ermee leven. Maar deze duivelsbaby KRIJST elke ochtend om half 8 alsof zijn leven ervan af hangt. De frustratie spreidt zich, want mijn buurmeisje kan het kind ook niet meer aan. Jankend en gillend helpt het kind van Satan mij wakker te krijgen.

En naast de fietsende straatgek die tegen honden blaft en dagelijks keihard zingt, heb ik vooral het meest last van mijn bovenbuurman. Een paar weken geleden vond hij het een goed idee om de soundtrack van Pocahontas middenin de nacht af te spelen. Het was pas toen het nummer Colours Of The Wind voorbij kwam, dat ik door had wat hij nou eigenlijk aan het luisteren was.

Aardige vent verder hoor, met zijn Mariah Carey-obsessie. Maar ik denk dat hij zijn hele inrichting heeft veranderd, want sinds een paar weken hoor ik ineens alles wat hij zingt. En hij zingt veel. Van One Direction tot Celine Dion.

En als hij visite heeft, hoor ik waar ze om moeten lachen. Als zijn telefoon afgaat, weet ik wanneer hij het opneemt. Maar hetgeen waar ik mij het allermeest aan erger is als hij gaat slapen.

Deze man is ongeveer net zo groot als ik. Klein dus. Maar elke nacht lijkt het net alsof er een of andere reus bij mij in bed ligt en keihard in mijn oren snurkt. Het is zo luid dat ik soms denk dat hij elk moment door het plafond kan zakken.

Ik heb geprobeerd een kussen op mijn hoofd te leggen. Of om een rustgevend muziekje op te zetten. Niks werkte. Schreeuwen heeft ook geen zin. Spa Rood flessen gooien al helemaal niet. Het word tijd dat ik eens oordoppen aanschaf. En ook al haat ik die dingen, ik haat het gesnurk van die grote Snorlax boven mij nog meer.

Frankee