Merel van ’t Hooft (15) komt uit Panningen en zit in 5 gymnasium. Ze blogt over haar eigen leven en schrijft ook graag over muziek.

Sinds ik in de vierde zit, valt me iets op. In de bovenbouw lopen opvallend veel leraren rond van boven de, laten we zeggen, vijftig. Bovendien is van die 50-plussers het merendeel mannelijk. En in het algemeen zijn de meeste van die docenten niet het meest succesvol in het vasthouden van de aandacht. Met hun monotone stem lezen ze aantekeningen voor, dreunen ze rijtjes op, of, ook niet zeldzaam, mompelen ze zachtjes in zichzelf. Het leven is vast zwaar op die leeftijd. Zo zonder vrouw (dat kan namelijk niet anders, menen wij, de leerlingen) moet het vast erg eenzaam zijn.

Velen hebben behalve geestelijke, ook last van lichamelijke aftakeling. Sommigen kunnen onze namen niet onthouden omdat ze de gezichten niet goed kunnen onderscheiden, zeggen ze. Maar nu ik er over nadenk, dat kan ook een poging zijn om beginnende dementie te verbergen. Anderen zijn zo slechthorend dat je je vraag drie keer moet stellen voor ze überhaupt merken dat je naast ze staat.

En dan die tráágheid! Als je een tijdje naar zo’n leraar kijkt, krijg je het idee dat de hele wereld een tandje langzamer draait. Alles wat ze doen duurt ongeveer twee keer zo lang als wanneer de niet-vijftig-plusser het doet. Opstaan, naar het bord lopen, nakijkboeken uitdelen (*zucht*). Het vervelende is dat de klok dit ritme over lijkt te nemen. Ook de les duurt zo een eeuwigheid.

Als je dan een halve dag alleen maar van dat soort gevallen hebt gehad, snak je gewoon naar iets wat niet grijs of kaal is, iets wat niet dezelfde schimmelgroene trui als vorige week aan heeft, iets dat beweegt zonder dat je je afvraagt waarom het niet omvalt.

Daarom pleit ik voor meer jonge mensen in de bovenbouw. Het zou heerlijk zijn om af en toe eens een frisse, jonge vent voor de klas te hebben die nog weet hoe het is om op onze plek te zitten, die dus ook géén boeken uit de steentijd gebruikt en middeleeuwse methodes hanteert. Een leuke twintiger, en dan weer wél graag een man, natuurlijk. Hebben wij meiden ook nog wat om naar te kijken. Die uren vliegen zo voorbij, geloof me.