Na kerstmis, oud en nieuw en alle nieuwjaarsrecepties zou je het bijna vergeten. Maar 14 februari is het alweer Valentijnsdag! De dag van de liefde, de dag van rozen en vele cadeautjes (voor de gelukkigen onder ons). Het is de dag voor degenen die verliefd zijn, en voor de stelletjes. Maar waar komt deze dag van de liefde eigenlijk vandaan?

Er bestaan verschillende theorieën over de geschiedenis van Valentijnsdag, het eerste verhaal is het volgende:

Sint Valentijn was een jonge Romein die in Christus geloofde. Dat was destijds niet toegestaan en daarom zou hij gemarteld worden en uiteindelijk sterven op 14 februari in 269. De dag voordat hij stierf liet hij een briefje achter voor een meisje op wie hij verliefd was geworden. Hierop stond: van jouw Valentijn.

Van dit verhaal bestaan er verschillende versies, maar die komen eigenlijk allemaal op hetzelfde neer. Het verhaal is misschien niet helemaal historisch correct, maar meer een leuke mythe. Het volgende verhaal is misschien wel wat meer historisch.

Lang geleden, toen de Romeinen nog aan de macht waren, vierde men op 15 februari het feest van de vruchtbaarheid (Lupercalia-feest). Dan werden de namen van ongehuwde vrouwen in een pan gegooid en mochten vrijgezelle mannen een vrouw trekken. De bedoeling was dus dat ze gekoppeld werden. Toen het Christendom steeds meer invloed kreeg op de Romeinen en daardoor het feest verboden werd, veranderde paus Gelaisus het Lupercalia-feest van 15 februari in St. – Valentijnsdag van 14 februari.

Allemaal leuk en aardig die verhaaltjes, maar uiteindelijk gaat het toch om alle leuke dingen van Valentijnsdag. Zelf voel ik persoonlijk op die dag niets speciaals, maar dat is voor iedereen persoonlijk.

Maar zeg nou zelf, als je echt van iemand houdt, is het toch eigenlijk elke dag Valentijnsdag?