Als je boven een stukje de naam ´Valentijnsdag´ zet is het bij voorbaat gedoemd óf een hate-blog te worden, óf een clichéstuk.

Want, geef toe, Valentijnsdag hangt nu eenmaal aan elkaar van clichés. Van de zoete I love you-beertjes die je vanaf kerstmis al aanstaren met hun puppy eyes, en van alle roze met groene Hoops & Yoyo kaarten tot hartvormige paperclips, eierdoppen, kaasfonduesets of zelfs wc-brillen (of ik die graag zou krijgen weet ik niet); op Valentijnsdag is het tegenwoordig moeilijk om nog origineel te zijn.

Ik kan me voorstellen dat sommige mensen er de pest aan hebben. Al is het maar, zoals mijn vriendin laatst zei, omdat volgens haar ‘Valentijnsdag er puur en alleen is om single mensen nog eens met hun neus op de feiten van hun eenzame bestaan te drukken’. Tja, zo kun je het ook zien.

Ik stond er altijd vrij neutraal tegenover. Ooit hebben we mijn broertje eens flink voor de gek gehouden met een valse kaart van een anonieme aanbidster, maar verder heb ik er weinig echt goede herinneringen aan. De hoop op stapels (hartvormige) chocola voor de deur of hartverscheurende liefdesbrieven van anonieme lovers in mijn kluisje heb ik jaren geleden al opgegeven. Des te verbaasder was ik toen ik maandagmiddag thuiskwam en op de aanrecht een bos rode rozen met mijn naam erop vond (inclusief hartjeslint…)!

Vanaf dit moment zweer ik dat er nooit meer een kwaad woord over Valentijn aan mijn lippen zal ontsnappen. Want als ik eerlijk ben, heb ik stiekem wel een vermoeden over de identiteit van deze Casanova… 😉

Ahem *schraapt keel*. Ik wil nu graag deze gelegenheid aangrijpen om héél even misbruik maken van mijn gloednieuwe positie als blogster, om te vragen:

Lieve Rinus, wil je verkering met me?

(Duim voor me jongens…)

Liefs,
Merel